
From Generation to Generation - Aflevering 1: De sirene stond op de molen
From Generation to Generation - Aflevering 1: De sirene stond op de molen
Als het ergens brandde in Koekelare, hoorde je het bij de Depreiteres.
"Kijk hier, dat is nog een specialleke," zegt Kristof Depreitere terwijl hij een oude foto aanwijst. "De sirene van de brandweer. In die tijd was er nog geen oproepsysteem voor de brandweermannen, dus die sirene stond op de molen omdat dat het hoogste punt was in Koekelare, en die gaf dan de signalen door dat het ergens brandde en dat de brandweermannen moesten komen." Die sirene stond op de molen van zijn grootvader.
Omer was molenaar
"1935, toen begon het allemaal," zegt Kristof. "Hier bij de molen, daar is eigenlijk ook alles gestart. Mijn grootvader was molenaar. De boeren kwamen met paard en kar met hun graan om te malen. En dat werd dan gemalen in deze molen."
Zijn grootvader Omer verkocht voor de Boerenbond. Die organisatie had toen al een aankoop- en verkoopvennootschap, opgericht in 1901 door boeren die zich samen wapenden tegen economische onzekerheid. Omer en zijn vrouw Alma hadden veertien kinderen. "Een heel kroostrijk gezin," zegt Kristof.
"Mijn grootvader deed dan de activiteiten ‘van de Boerenbond’, zoals ze zeiden. Mijn grootmoeder Alma, die runde de Raiffeisenkas die later CERA geworden is." Alma hield een bankkantoor open. Naast een maalderij, met veertien kinderen in huis.
Zakken van tachtig tot honderd kilo
De tweede generatie sjouwde. Kristof wijst naar een foto van zijn vader met een zak op zijn rug. "We hebben altijd leute daarmee, ik zeg dan tegen hem: 'Dat was een zak pluimen zeker?' Dat vindt hij dan natuurlijk fantastisch."
De rest van de foto is minder grappig. "Maar je ziet: in die tijd was er ook veel meer handwerk. 80 tot 100 kilo, een heftruck, een stapelaar, dat bestond toen nog niet, dus dat werd dan zo vervoerd." Ook achter het stuur was het hard werken. "Het was nog geen servostuur, dus voor de fitness was dat ook goed om met zo'n vrachtwagen te rijden."
Op diezelfde foto staat nonkel Daniel, die mee in de maalderij werkte. De zakken werden onder een aftapsysteem gehouden om ze te vullen. Daarna werden ze dichtgeknoopt en met de hand naar de landbouwers gebracht.
En dan verandert de klant voor het eerst. "Mijn ouders, Jef en Brigitte, hebben toen de zaak overgenomen en stilaan kwam daar ook een aanbod voor particulieren bij," zegt Kristof. "Mensen begonnen hun tuin te zien als een plek om gewassen te telen, maar ook als een siertuin, iets wat ontspanning bracht".
In de jaren ‘80 wordt dat echt een winkel. "In de jaren 80 hebben mijn ouders beslist om een winkel te bouwen. Waar ze echt wel producten aanboden voor particulieren." Ze deden dat op een moment waarop het voor henzelf niet meer hoefde: "Ze waren ook al op een leeftijd, waar het niet echt meer nodig was. Maar ze wisten dat de volgende generatie eraan kwam."
Wat er van de molen werd
De molen zelf kreeg een andere bestemming. "De molen heeft in de loop der jaren zijn wieken verloren, en het gebouw is ingewerkt in een project waar KBC ondertussen ook haar kantoren in heeft, met een appartementsgebouw aangebouwd."
Teamwork in West-Vlaanderen
Sinds ongeveer vijf jaar staat Tina, zijn partner, mee in de zaak. "We staan samen op, ontbijten samen, komen samen naar de winkel, als je de ene ziet, zie je de andere," lacht Kristof. Tina: "We vullen elkaar aan en werken echt als één team."
Hun winkel is intussen een erkend 100% West-Vlaams streekhoekje. "Vroeger gingen mensen op zaterdag met een bloemetje op bezoek bij vrienden," zegt Kristof. "Vandaag komen ze langs bij ons voor een cadeautje. Een mandje met koekjes, confituur, een fles West-Vlaamse wijn."
Tina houdt het aanbod bij: zelf samen te stellen manden, kant-en-klare pakketten, paté, zuivel, wijn van Monteberg, Brugse beschuiten. Aan de kassa staat een frigo met koude flessen. "Ideaal voor een romantisch diner 's avonds."
Tina: "We kunnen veel producten aankopen via Aveve, maar we vinden het belangrijk om ook het lokale aanbod in de kijker te zetten. Zo geven we klanten de kans om kennis te maken met producten van hier."
De zondagvoormiddag
Wat zeker overblijft uit het verleden, is een gewoonte, en die werd geleerd aan de ontbijttafel.
"De boeren kwamen de zondagmorgen, of de zondagvoormiddag, samen bij ons aan de keukentafel, terwijl wij onze pistoletjes zaten te eten," vertelt Kristof. "Dan is het normaal dat je tegen iedere klant een goedendag zegt en op een of andere manier, voel je hoe je met klanten moet omgaan."
Er is een detail dat dat vandaag samenvat zonder dat iemand het hoeft uit te leggen. Het kantoor van de zaakvoerder is geen kamer achteraan. Het is een serre, midden in de winkel. Als ze daar zitten te werken, zitten ze tussen de klanten en zijn ze van alle kanten te zien.
‘We hebben weer gelachen’
"Wanneer ik naar beneden kom, geniet ik nog altijd van het bij de klanten zijn," zegt vader Jef. "'Een keer goed lachen', dat zeg ik tegen de klanten. 'We hebben weer gelachen, we kunnen weer verder vandaag.'"
Ruim negentig jaar nadat Omer en Alma begonnen, is dat wat binnen de familie is doorgegeven: niet enkel een gebouw of de winkel, maar een plaats waar je elkaar kan ontmoeten, kan lachen en verdergeholpen wordt. Maar ook een mentaliteit, van klantvriendelijkheid en service. Die tot op de dag van vandaag de motor van het succes blijft.